De skūtsjes, hun werven en hun hellingbazen.

 

Er liggen twee skūtsjes naast elkaar. De Sneker Pan en het Lemster Skūtsje. De eerste van stapel gelopen bij Roorda de Pijp, het andere bij Van der Werff Buitenstvallaat beide in Drachten. Van alle deelnemende skūtsjes binnen de SKS zijn er negen van deze Drachtster werven afkomstig.

In de jaren 1890 – 1925 liepen bij een vijfentwintig - tal Friese en Groninger werven vele honderden platbodems van stapel. Ze voldeden allemaal aan de eisen die aan een volwaardig schip gesteld mochten worden. De skūtsjes werden vaak gemaakt volgens de eisen van de toekomstig eigenaar. Dit kwam doordat de soorten vracht, vaargebied en het gezin van de schipper een belangrijke rol speelden. De werven voegden daar ook nog hun eigen persoonlijke voorkeur aan toe.

Enkele getallen:

In 1911 telde Friesland nog 105 hellingen met 453 werklieden en 112 leerlingen. In die tijd hadden zo’n 2170 schippers met vooral kleine schepen [42 ton] het altijd druk.

 

 

Eeltje Holtrop van der Zee.

 

Rond 1800 excelleerde in IJlst een Eeltje Holtrop. Zijn pakesisser [kleinkind] werd in 1856 beroemd om zijn prachtige boeiers. Het huidige statenjacht van de provincie Friesland, de Friso, komt van deze werf. ‘Eeltsjebaas’ Holtrop van der Zee behoort ongetwijfeld tot de vernieuwers onder de hellingbazen die platbodems ontwikkeld hebben met uitstekende zeileigenschappen.

 

 

De Pijp

 

In de periode 1906 – 1925 werden er op de werf van de gebroeders Roorda een zesentwintig stalen turf - , modder -, dong  -en jarre – skūtsjes gebouwd.

Het bedrijf werd in 1902 door Berend Tjeerds Roorda in Drachten gesticht. Het bedrijf lag dicht bij de Pijpbrug. Een gesloopt hellinghuis met timmerschuur uit de omgeving van Scharsterbrug werd hier weer opgebouwd. Berend, die leefde van 1848 tot 1928, was een telg uit een scheepsbouwersgeslacht. Zijn familie dreef aan het einde van de achttiende eeuw een werf aan het Buitenstvallaat in Drachten. Berend leerde het vak als knecht bij Van der Werff aan de Langewijk in die plaats.

Zoon Bouke, die van 1878 tot 1958 leefde, genoot eveneens zijn opleiding bij Van der Werff. Voordat Bouke bij Van der Werff begon is hij ook nog bij de Jouster ‘Eeltsjebaas’ in de leer is geweest. Ook bij de IJzeren Scheepsbouwwerf van Barkmeijer in Vierverlaten heeft Bouke een gedeelte van zijn opleiding volbracht.  Bij zijn terugkeer schakelden de Roorda ’s over op de bouw van stalen skūtsjes, maar eerst werden nog twee in aanbouwzijnde houten skūtsjes afgebouwd.

In 1911 namen de broers, Bouke, Tjeerd en Wouter de werf van hun vader over. In eerste instantie vertoonden de skūtsjes het uiterlijk van een Van der Werff skūtsje. Maar Bouke had ontdekt dat er met staal meer mogelijk was dan met het weerbarstige eikenhout. Hij toog dus aan het werk met potlood, passer, liniaal en papier. Na dagenlang tekenen had hij het skūtsje aangepast. De kont werd wat vlakker getrokken tot een vloeiend in het vlak weglopende ronding. Doordat de romp het water makkelijk losliet, waren ze snel. Veel schippers waardeerden dit zodat de Roorda ’s het jarenlang erg druk hadden.

Het skūtsje van Bolsward kwam in 1910 van stapel en werd voor fl. 2450,= verkocht, de Sneeker Pan werd in 1913 voor fl. 2800,= opgeleverd. Daar tegen werd de Gerben van Manen werd door de inflatie van de Eerste Wereldoorlog voor fl. 3950,= opgeleverd. Dit was echter wel zonder mast.

In de huidige skūtsje – vloot zijn de volgende skūtsjes op de Roorda werf van stapel gelopen:

 

Naam                            Plaats             Zeilteken

 

Twee Gebroeders                    Drachten                            D

            d ‘ Halve Maen                       Drachten                      Halve Maan

Bolsward                                 Bolsward                           B

            Klaas van der Meulen              Woudsend                         W

It Doarp Grou                         Grouw                                G

Gerben van Manen                  Heerenveen                        H

            Sneker Pan                             Sneek                          Waterpoort

Rienk Ulbesz                           Leeuwarden                 Leeuw

 

 

 

 

Van der Werff Buitenstvallaat

 

Berend Roorda had het vak geleerd als knecht bij Pyter Haickes van der Werff aan de Noorderdwarsvaart. Dat was een van de drie telgen uit een scheepsbouwersgeslacht die in het midden van de negentiende eeuw de skūtsjebouw in Drachten en wijde omgeving feitelijk monopoliseerden.

De Van der Werffs kregen hellingen in Burgum, Harlingen, Gorredijk, Echten, Leeuwarden, Stavoren, Wergae, Koostertille en Sneek Op de werven van Sneek en Koostertille liepen skūtsjes van stapel die momenteel in de IFKS mee zeilen. Maar de mooiste skūtsjes komen nog altijd van de werf uit Buitenstvallaat.

Oebele Haickes [ 1847 – 1929] had de werf van zijn vader overgenomen. Samen met zijn zoon Jan Oebeles [ 1876 – 1958] maakten zij samen faam met degelijke, klassieke schepen. Ook dit zijn net als de skūtsjes van Roorda snelle schepen.

Momenteel varen er bij de SKS twee skūtsje mee die bij Van der Werff van stapel zijn gelopen. Dit zijn:

 

Lemster Skūtsje                       Lemmer                       L

Oeral thūs                                Joure                           J

Twee Gebroeders                    Eernewoude                E

 

In vroeger jaren kwamen ook nog de skūtsjes van Philips Drachten [ d’ Halve Maen], Swan fan Donia [ Langweer]  hier vandaan. Maar door verandering, verkoop en ruilen verandert dit nog wel eens.

 

 

Bijlsma Warten

 

In 1903 nam Gerben Arends Bijlsma de al in 1782 door zijn voorvaderen gestichte werf over. De werf lag aan de noordkant van het Friese waterland.

In 1914 liep het skūtsje van Eernewoude van stapel. Het skūtsje kreeg de naam Emanuel. Dit skūtsje is in 2006 verkocht aan de gebroeders Kuipers uit Lemmer.

 

 

De Roos & Van der Meijden Leeuwarden

 

Aan het Vliet in Leeuwarden bevonden zich tal van nijverheidsbedrijven, waaronder meerdere scheepswerven. In de vloot van de SKS vaart er een skūtsje van deze werf mee. Het skūtsje van Huizum, it Doarp Huzum, liep in 1916 van stapel.

 

 

Wildschut Gaastmeer

 

De scheepswerf Wildschut was vroeger een vooraanstaande werf in de Zuidwesthoek van Friesland.

In deze vloot komt het skūtsje van Langweer van deze werf.

 

Jonge Jan                                Langweer                    Zwaan

 

De Barkmeijer – familie

 

De familie Barkmeijer was ondermeer actief in Vierverlaten, Stroobos, Enumatil en in Briltil. In 1899 werd door de Briltilse Berend Barkmeijer voor zijn zoons Gerrit, Kunje en Jan een werf in Sneek gesticht. De familie Barkmeijer was in het noorden de pionier in de bouw van ijzeren schepen. Er liepen zowel van de Groningse werven als van de Friese werven snelle skūtsjes van stapel. Het skūtsje van Stavoren, de SWH , liep in 1990 op de werf in Sneek van stapel.

 

 

Zwolsman Workum

 

De oude scheepsbouwkunst leeft tot op de dag van vandaag voort in Workum, op de Zwolsman – werf. Deze  werf is nieuw leven ingeblazen door Roelof van der Werff.

 

Werfbazen

Bekende namen van scheepsbouwers zijn: Crolis, Wolthuis en Brandsma.

De werf van Crolis in IJlst was gebed in een lange traditie, die een hoogtepunt bereikte in het midden van de negentiende eeuw. Toen IJlst een goede naam had als scheepsbouwcentrum.

Wolthuis die het werk bij de Barkmeijers geleerd had, had in Sappermeer een eigen werf.

Brandsma uit Franeker is een telg uit een familie die bekend is geworden door de bouw van kleinere bootjes.